Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1468

Datum uitspraak2006-02-10
Datum gepubliceerd2006-02-10
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06/551866-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Motorrijder wordt strafrechtelijk verantwoordelijk geacht voor noodlottig verkeersongeval op 28 mei 2005 in Bronkhorst.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Meervoudige kamer voor strafzaken Parketnummer: 06/551866-05 Uitspraak d.d.: 10 februari 2006 tegenspraak / dip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [postcode] [woonplaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 januari 2006. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 28 mei 2005 in de gemeente Bronckhorst, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), heeft gereden over de weg, (de Wichmondseweg), terwijl de omstandigheden als volgt waren: - ter plaatse was de weg afgesloten voor al het gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van bestemmingsverkeer, hetgeen voor hem -verdachte- werd aangegeven door middel van bord C12 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen), welk bord was voorzien van een onderbord als bedoeld in artikel 67, eerste lid onder c reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, vooorzien van de tekst "uitgezonderd bestemmingsverkeer" en/of - ter plaatse was de rijbaan ongeveer 5,2 meter breed, welke rijbaan door middel van een onderbroken steep was verdeeld in twee rijstroken en/of - ter plaatse bevond zich, gelet op de rijrichting van verdachte, in de weg een (flauwe) bocht naar rechts en/of - verdachte was ter plaatse bekend. Hij heeft zich toen daar, gelet op voornoemde omstandigheden, zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij -verdachte- zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - ter plaatse met een motorrijtuig gereden, terwijl hij -verdachte- geen bestemmingsverkeer was, waarbij hij -verdachte- voornoemd bord C12 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeersregels 1990, heeft genegeerd en/of - (bij het inrijden en/of doorrijden van een, gelet op de rijrichting van verdachte, een (flauwe) bocht naar rechts), niet (voldoende) rechts heeft gehouden, immers is hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig geheel of gedeeltelijk op de weghelft voor het tegenmoetkomende verkeer terecht gekomen, op een moment dat twee, althans één, tegenmoetkomende fietser(s) hem kort genaderd waren/was en/of - zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij -verdachte- zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij -verdachte- de weg kon overzien en/of waarover deze vrij was, waarbij hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een tegenmoetkomende fietser is gebotst, aangereden en/of aangegleden, waardoor [slachtoffer] (bestuurder fiets) is overleden, althans ten gevolge van het ongeval zwaar lichanmelijk letsel (te weten een (gedeeltelijk geamputeerd en/of verbrijzeld onderbeen, althans ernstig beenletsel, en/of ernstig inwendig letsel aan de lever en/of milt en/of een nier, althans buikletsel) heeft bekomen; art 6 Wegenverkeerswet 1994 ALTHANS, dat hij op of omstreeks 28 mei 2005 in de gemeente Bronckhorst, als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), daarmee heeft gereden op de weg, de Wichmondseweg, waarbij hij, verdachte, - voornoemd bord C12 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen), heeft genegeerd terwijl verdachte niet behoorde tot de uitzondering (bestemmingsverkeer) zoals was aangegeven op een onderbord (als bedoeld in artikel 67, eerste lid onder c reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of - (bij het inrijden en/of doorrijden van een, gelet op de rijrichting van verdachte, een (flauwe) bocht naar rechts), niet (voldoende) rechts heeft gehouden, immers is hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig geheel of gedeeltelijk op de weghelft voor het tegenmoetkomende verkeer terecht gekomen, op een moment dat twee, althans één, tegenmoetkomende fietser(s) hem kort genaderd waren/was en/of - zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij -verdachte- zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij -verdachte- de weg kon overzien en/of waarover deze vrij was, waarbij hij -verdachte- met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een tegenmoetkomende fietser is gebotst, aangereden en/of aangegleden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994. Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 28 mei 2005 in de gemeente Bronckhorst, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), heeft gereden over de weg (de Wichmondseweg), terwijl de omstandigheden als volgt waren: - ter plaatse was de weg afgesloten voor al het gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van bestemmingsverkeer, hetgeen voor hem - verdachte - werd aangegeven door middel van bord C12 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: Geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen), welk bord was voorzien van een onderbord als bedoeld in artikel 67, eerste lid onder c reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, voorzien van de tekst "uitgezonderd bestemmingsverkeer" en - ter plaatse was de rijbaan ongeveer 5,2 meter breed, welke rijbaan door middel van een onderbroken streep was verdeeld in twee rijstroken en - ter plaatse bevond zich, gelet op de rijrichting van verdachte, in de weg een (flauwe) bocht naar rechts en - verdachte was ter plaatse bekend. Hij heeft zich toen daar, gelet op voornoemde omstandigheden, zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft hij - verdachte - aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, - ter plaatse met een motorrijtuig gereden, terwijl hij - verdachte - geen bestemmingsverkeer was, waarbij hij - verdachte - voornoemd bord C12 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeersregels 1990, heeft genegeerd en - bij het inrijden en doorrijden van een, gelet op de rijrichting van verdachte, een flauwe bocht naar rechts, niet voldoende rechts heeft gehouden, immers is hij - verdachte - met het door hem bestuurde motorrijtuig geheel of gedeeltelijk op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen, op een moment dat twee tegemoetkomende fietsers hem kort genaderd waren en - zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij - verdachte - zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover deze vrij was, waarbij hij - verdachte - met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een tegemoetkomende fietser is aangereden, waardoor [slachtoffer] (bestuurder fiets) is overleden. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Bewijsoverweging De rechtbank overweegt ten aanzien van het bewezenverklaarde samenstel van door verdachte gepleegde gedragingen, dat het rijden op de behoudens voor bestemmingsverkeer geslotenverklaarde weg meer een omstandigheid vormt waaronder het feit is begaan, dan dat het van belang is voor het schuldverband in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerwet. Door de raadsman is ten aanzien van het verwijt, dat verdachte niet voldoende rechts heeft gehouden en hij met zijn motor geheel of gedeeltelijk op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer is terechtgekomen, aangevoerd dat niet uitgesloten moet worden geacht - zoals door de raadsman gesuggereerd - dat het stuur van de fietser en het stuur van de door verdachte bestuurde motor met elkaar in contact zijn gekomen. Die suggestie is in de tweede aanvullende VerkeersOngevalsAnalyse verworpen, maar niet aan de hand van sporen en onderzoek daarvan. Ter terechtzitting is daarover door de getuige/deskundige Zwierenberg verklaard, dat ter plaatse van het ongeval geen andere sporen of aanwijzingen zijn aangetroffen dan de sporen en aanwijzingen (recente veegsporen en lichaamsvocht) als aangegeven in het rapport van 9 juni 2005. Sporen of aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat de aanraking tussen motorrijder en fietser op de weghelft van verdachte heeft plaatsgevonden, zijn niet aangetroffen. De rechtbank volgt de door technische recherche opgemaakte ongevalsanalyse, temeer nu de suggestief opgeworpen vraagstelling van de raadsman enkel is gerelateerd aan de verklaring van verdachte, zoals ter terechtzitting aangegeven, dat hij naar zijn idee op zijn eigen weghelft reed. Verdachte heeft echter ook aangegeven tegenover de politie dat hij tegen de tegen de middenas reed. Het sporenonderzoek wijst naar het oordeel van de rechtbank anders uit. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte is op 28 mei 2005 betrokken geraakt bij een verkeersongeval op de Wichmondseweg te Bronkhorst. Verdachte was ter plaatse goed bekend en was een proefrit aan het maken met een door hem gehuurde motorfiets. Verdachte is in een flauwe bocht naar rechts op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen en is daarbij in aanraking gekomen met een door hem niet opgemerkte fietser. Tengevolge van dit ongeval is de bestuurster van de fiets, [slachtoffer], overleden. Het behoeft geen betoog dat dit fatale ongeval diepe sporen achterlaat bij de nabestaanden en vrienden van dit jeugdige slachtoffer, zoals ook aangegeven in de zich in het dossier bevindende schriftelijke slachtofferverklaring. Een strafrechtelijke reactie in welke vorm dan ook zal het door dit verlies veroorzaakte intense leed niet ongedaan kunnen maken. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder terzake dit soort delicten met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verder heeft de rechtbank laten meewegen dat verdachte gebukt gaat onder de gevolgen van dit ongeval, zijn betrokkenheid bij de nabestaanden en zijn schuldbewuste houding ter terechtzitting. In het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd. Door verdachte is aangevoerd dat hij is aangewezen op zijn rijbewijs in verband met zijn woon/werkverkeer. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid echter onvermijdelijk en ook passend bij de aard van het bewezenverklaarde. In dat opzicht moet het persoonlijk belang van verdachte wijken voor het algemeen belang, wat ook met een strafoplegging wordt beoogd. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende 180 (honderdentachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden. Bepaalt, dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, Heessels en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 februari 2006.